Een zieke werknemer is soms ontevreden over de re-integratie-inspanningen die de werkgever tijdens de eerste twee jaar van zieke (onvoldoende) heeft verricht. Het niet opleggen van een loonsanctie kan dan als onrechtvaardig worden ervaren door de zieke werknemer.
Soms oordeelt het UWV wél dat de werkgever onvoldoende heeft gedaan, maar heeft het UWV wettelijk gezien niet meer de mogelijkheid om een loonsanctie op te leggen. Op grond van de wet (artikel 25 lid 11 Wet WIA) moet het UWV namelijk voor de 104 weken termijn een loonsanctie opleggen, daarna kan dat niet meer.
Wat kan de werknemer in zo’n situatie doen?
Bezwaar maken en/of een verzoek tot schadevergoeding indienen bij het UWV.
De vraag is natuurlijk wel: welke schade lijdt een werknemer als er ten onrechte geen loonsanctie is opgelegd door het UWV?
Dat kunnen verschillende schadeposten zijn, waarbij in de zaak van de Centrale Raad van Beroep van 7 januari 2026 (ECLI:NL:CRVB:2026:11) de vraag beantwoord moest worden wat voor bedrag aan pensioenschade het UWV moest vergoeden, omdat zij te laat waren met het opleggen van een loonsanctie.
De werknemer in deze zaak claimde overigens meer schade (loon, vakantiedagen en immateriële schade), maar die schadeposten werden zowel door de rechtbank als de Raad van de hand gewezen. Zo kon de werknemer niet bewijzen dat hij in het loonsanctiejaar recht had op meer dan het wettelijk (7:629 lid 1 BW) gemaximeerde bedrag aan loon tijdens ziekte van 70%. Feitelijk betekent dat geen loonschade, want de WIA-uitkering is min of meer gelijk aan dat bedrag. De loonschadepost is dan ook afgewezen.
Wat daar ook van zij, de pensioenschade van de werknemer wordt door de rechtbank en de Centrale Raad van Beroep wel toegewezen. De Raad komt daarbij tot een hoger bedrag dan de rechtbank, omdat de werknemer voldoende heeft aangetoond dat de toegekende schadevergoeding van € 1.360,- door de rechtbank voor misgelopen pensioenpremies in het derde ziektejaar onvoldoende is om hem in dezelfde positie te brengen als zonder het onrechtmatige besluit. Door het niet opleggen van een loonsanctie zijn immers geen pensioenpremies betaald door de werkgever, wat heeft geleid tot gemiste pensioenopbouw en toekomstige schade in de vorm van een lagere pensioenuitkering.
De Raad volgt (deels) de berekeningswijze van de zieke werknemer en begroot de schade op € 6.589,36. De lange adem van de zieke werknemer levert overigens niet alleen een hoger bedrag op aan misgelopen pensioenpremies, maar ook schadevergoeding vanwege het overschrijden van de redelijke termijn.
Voor bestuursrechtelijke procedures in drie instanties (bezwaar, beroep en hoger beroep) geldt namelijk als uitgangspunt dat de redelijke termijn vier jaar is. In deze zaak heeft de procedure vanaf het bezwaarschrift tot aan de uitspraak van de Raad zeven jaar en één maand geduurd. De redelijke termijn is daarmee met drie jaar en één maand overschreden, zonder dat daarvoor een rechtvaardiging is aldus de Raad. Om die reden kent de Raad een schadevergoeding van € 3.500,- toe aan de zieke werknemer vanwege overschrijding van de redelijke termijn.
Al met al toch nog een deel schadevergoeding voor de werknemer bij wie het UWV te laat was met het opleggen van een loonsanctie.
Meer lezen over dit onderwerp? Check de blogs die ik voor CS-opleidingen over dit onderwerp schreef:
Vanuit werknemersperspectief: https://cs-opleidingen.nl/actueel/kan-een-werknemer-het-uwv-aansprakelijk-stellen-voor-het-ten-onrechte-niet-opleggen-van-een-loonsanctie
Vanuit werkgeversperspectief https://cs-opleidingen.nl/actueel/schade-claimen-bij-het-uwv
